Dit reisverhaal is eerder verschenen in “Reiskrant” van vzw Wegwijzer. De trip dateert van 2010. 

Net wanneer we de trein opspringen, fluit de conducteur het vertreksignaal. De deuren klappen hard achter ons dicht. Nog buiten adem sleuren we onze bagage in een vrijwel leeg compartiment en laten ons uitgeput op een bank vallen. We hebben het gehaald!

Toegegeven, het was waarschijnlijk niet het meest briljante idee om op de dag van ons vertrek naar Engeland ook nog een deel van de Ros Beiaard-ommegang mee te pikken. Maar als Dendermondenaars is er gewoonweg geen ontkomen aan de tienjaarlijkse roep van het paard.
Waarmee we echter geen rekening gehouden hadden, was de toegestroomde massa en de onverbiddelijke politieagenten, die pas na heel wat argumentatie en discussie twee haastige reizigers hun sluipweg richting station gunden. Het werd een race tegen de klok. Maar adrenaline doet wonderen. Net als een paar goede wandelschoenen.
Gelukkig haalden we dus net de eerste van de 3 treinen die we vandaag zullen nemen: van Dendermonde naar Brussel, van Brussel naar Londen en van Londen uiteindelijk naar Bedford, vanwaar we morgen, in het gezellige gezelschap van twee Engelse dames – kurkdroge, Britse humor incluis- naar ons uiteindelijk reisdoel vertrekken: Snowdonia in Noord-Wales.

Vanuit Bedford duurt de autorit langs Birmingham tot helemaal bovenaan Wales ongeveer 4 uur. We beginnen er maandagochtend dan ook vroeg aan, onder een zacht deken van typisch Engels miezerig weer. Aanvankelijk gaat de kilometerteller vlot vooruit, langs drukke, brede motorways, steeds dieper het binnenland in. Dan duiken plots de kale pieken van Noord-Wales op, en het landschap en de wegen veranderen drastisch, langs valleien en kronkels.
De cottage waar we de komende zes dagen zullen verblijven, is gelegen in Glan Conwy, een klein gehucht dat op enkele kilometers van het historische stadje Conwy en de badplaats Llandudno ligt.
Het is in deze badplaats dat we, moe en stijf van de lange rit, voor het eerst onze benen strekken op Welshe bodem. Conwy volgt enkele dagen later.

Llandudno, Koningin van de Welshe badsteden

Llandudno ligt aan de voet van een grote kalkstenen rots, de Great Orme – ‘slang’ in het Oud-Noors. Het stadje telt een dikke 20.000 inwoners en is de grootste badplaats van Wales. Sinds 1864 draagt het de titel Queen of the Welsh Resorts’en de witte, verzorgde huizen langs de kustlijn verraden dat het hier best wel trots op is. In tegenstelling tot Oostende, onze koningin der badsteden, hebben de historische huizen nog geen plaats moeten ruimen voor onpersoonlijke appartementsblokken van meerdere verdiepingen hoog.

Onze korte wandeling leidt langs het kiezelstrand en de promenade met palmbomen naar de pier, die zoals in zoveel Britse steden ook dienst doet als bescheiden pretpark. Ondanks de beloofde attracties ligt alles er verlaten bij. Het grijze weer zal er wel voor iets tussen zitten. Bovendien lijken de kinderen de Punch and Judy-poppenshow, die aan de voet van de pier gehouden wordt, veel interessanter te vinden.

 
Alvorens naar de auto terug te keren, maken we nog een kleine omweg langs de Happy Valley Alice in Wonderland-trail. Alice Liddell, inspiratiebron voor Lewis Carroll’s beroemde boeken, verbleef geregeld met haar familie in Llandudno. Als eerbetoon aan deze bekende bezoekster heeft de stad op de helling van de Great Orme een klein park aangelegd, waar verschillende sculpturen de bekendste scènes en personages uit het verhaal navertellen.

Terwijl mijn reisgezelschap profiteert van de mogelijkheid voor een sanitaire stop in de bijhorende cafetaria, proef ik mijn eerste Britse ijsje: blauw bananenijs. Het smaakt verbazend lekker en mijn tong kleurt er helemaal blauw van, precies zoals het hoort!

Mount Snowdon en lijstenen in Llanberis

De volgende dag staat het het hoogtepunt -letterlijk- van ons verblijf op de planning: een bezoek aan Mount Snowdon itself, met zijn 1085 meter de hoogste berg van Wales en ook van Groot-Brittannië, als je de Schotse hoogvlakten even buiten beschouwing laat.
We rijden onder een dik wolkendek het Snowdonia National Park in. Het landschap is betoverend mooi: grijze, grillige pieken die net het wolkendek raken en groene, steile hellingen met klaterende beekjes en watervallen en hier en daar een schaapje. Er hangt iets onbeschrijfelijk in de lucht, een kruising tussen oude magie en ontembare natuur.

Snowdonia National Park bezoeken

Eerste stop is Llanberis, een klein dorp dat vroeger teerde op de leisteenindustrie, maar nu vooral dienst doet als vertrekpunt voor de beklimming van Mount Snowdon. Ben je minder goed te been of heb je geen zin in de klim, dan kan je het stroomtreintje nemen, dat je voor £ 25 in 150 minuten naar en van de top brengt. Het miezerige weer met bijhorende beperkte zichtbaarheid doet ons passen voor beide opties. De beklimming van Snowdon zal voor een volgende keer zijn…

In plaats daarvan duiken we de leisteengeschiedenis van de streek in en brengen een bezoek aan het National Slate Museum (gratis toegang), gelegen in een oude leisteenfabriek met bijhorende groeven. Een tweetalige folder – in het Welsh en het Engels – begeleidt ons doorheen de gebouwen waar we, dankzij kleine tentoonstellingen en demonstraties, meer te weten komen over de ontginning en verwerking van leistenen. De vroegere werkplaatsen zijn in oorspronkelijke staat bewaard. Het grote waterrad, het grootste op het Britse vasteland, brengt nog steeds de machinerie tot leven. Het lijkt wel alsof de werklieden even op schafttijd zijn en zo meteen hun werk zullen voortzetten; je kunt er het zweet en de noeste arbeid ruiken.

Llanberis leisteenmuseum

Het interessantst op de site zijn 4 mijnwerkershuisjes, waarin je een reis doorheen de tijd lijkt te maken. Elk huisje gunt je een blik in het leven van de arbeiders, van de sobere jaren 1860 tot de kleurrijke 1960, het jaartal dat de steengroeve de poorten sloot.

Op wandelafstand van de vroegere fabriek ligt een oud Victoriaans hospitaal dat verzorging bood aan de soms zeer ernstig gekwetste steenkappers. Ook hier is de sfeer van vroeger gereconstrueerd. Zeker de moeite, al is het maar voor het prachtige panorama dat het hospitaalterras biedt op het museum, het meer van Llanberis en in de verte ook Mount Snowdon.

 

Historisch Conwy: bezienswaardigheden

Vanaf dag 3 is ook de zon van de partij. We vergeten bijna dat we in Wales zijn! De temperaturen stijgen naar mediterrane hoogten. Vandaag staat Conwy op het programma, een klein stadje aan de monding van de gelijknamige rivier, dat naast de nog volledig intacte stadswallen en het vervallen kasteel uit de 13de eeuw nog heel wat andere historisch interessante gebouwen telt. Het stadje lijkt uit elke geschiedkundige periode wel iets bewaard te hebben. Zo is er naast het bovenvermelde kasteel – dat prijkt op de lijst van UNESCO werelderfgoed, maar eerlijk gezegd vooral voor enthousiastelingen en kinderen een bezoek waard is- ook Aberconwy House, een 14de-eeuws handelshuis en meteen ook het oudste stadshuis van Wales.

 
Vooral de moeite waard is Plas Mawr, een prachtig bewaard stadshuis uit de 16de eeuw, dat eigendom was van Robert Wynne, een rijke koopman. Zelfs onze Britse reisgenoten, die al verschillende jaren naar de streek op vakantie komen maar uit – achteraf gezien – bedenkelijke bron hadden vernomen dat het niet echt de moeite is, zijn onder de indruk. In de keuken en voorraadkamer is alles in gereedheid gebracht voor een groots banket. Op de eerste verdieping bevinden zich de sobere slaapkamer van meneer en het luxueus uitgedoste vertrek van mevrouw. Een vriendelijke mevrouw, die ons voor de gelegenheid door enkele kamers gidst, toont ons hoe een bed in die tijd met touwen werd vastgemaakt. Vandaar de uitdrukking sleep tight voor “slaap lekker” in het Engels. Gastenvertrekken, prachtig gerenoveerde en herbeschilderde eetkamers… het leven van de rijken tijdens Tudor Engeland was nog zo slecht niet!

 
Onze lunch – heerlijke fish and chips – eten we in het zonnetje aan de kleine haven. We zitten net buiten de stadswallen, bij een wel zeer bijzondere bezienswaardigheid: het door het Guinness Book of Records erkende kleinste huis van Groot-Brittannië. Met zijn 3 meter hoogte en 1,8 meter breedte lijkt nog kleiner inderdaad onmogelijk. Het is onvoorstelbaar dat er ooit een visser van 1m80 in gewoond heeft. Voor £ 1 kun je het huisje bezoeken. Het is er een beetje Ikea avant la lettre: via allerlei combinaties werd er zoveel mogelijk plaatsbesparend gewerkt. Maar het blijft allemaal wel claustrofobisch klein en rudimentair. Een badkamer of toilet vind je er niet.

 

Prehistorisch Great Orme

Hij heeft al even een cameo gehad, maar nu krijgt hij de hoofdrol toebedeeld. Dag 4 van onze kleine week in Snowdonia brengt ons naar de Great Orme. Een oude kabeltrein, die veel weg heeft van de beroemde kabeltrammen in San Francisco, trekt al sinds 1902 bezoekers vanuit Llandudno de steile hellingen op. Ik moet toegeven dat ik er niet erg gerust in ben. Ik probeer vooral te genieten van het mooie landschap rondom me in plaats van stil te staan bij wat er zou gebeuren, mocht de kabel knappen.

 
Op de Great Orme is een volledig bezoekerscentrum gebouwd, mét fout lunapark, restaurants en souvenirshops. Via de stoeltjeslift kun je van de top naar het Happy Valley park (met het eerdervermelde Alice in Wonderland-trail) tot aan de voet van de Great Orme afdalen.
We maken een korte wandeling over de zijflank van de klif, waar zich tussen de grazende schaapjes een kerkhof bevindt, gericht naar de Ierse Zee. Tussen de graven staat de kleine St.-Tudnokerk, genoemd naar de Keltische monnik Tudno, die in de 6de eeuw de bewoners van de Great Orme kwam kerstenen. Van de oorspronkelijke kerk blijft niets meer over, maar het huidige gebouw bevat restanten uit de 12de eeuw.

 
Onze verkenningstocht leidt ons verder naar de achterkant van de klif waar ons een adembenemend zicht wacht op Llandudno, het eiland Angelsey en in de verte ook Mount Snowdon. We installeren ons op een rots die eenzaam op het plateau ligt en laten de indrukken op ons afkomen. Dit is een plaats om stil van te worden. Geiten grazen rustig. De wind trekt aan onze kleren en speelt met onze haren. De zon brandt. Het geroezemoes en de drukte van de bezoekers liggen ver achter ons.

 
The Great Orme heeft echter nog een verrassing in petto. Al van in de bronstijd (3500 jaar geleden) werd op deze plek naar koper gemijnd. Getuige hiervan is de Great Orme Bronze Age Coppermine. Deze uitzonderlijke archeologische vondst werd pas in 1987 bij toeval ontdekt en nog altijd zijn ingenieurs en archeologen volop bezig het uitgestrekte complex van ondergrondse gangen en zalen in kaart te brengen. De huidige opgravingen gebeuren vanuit Vivian’s shaft, een 1400 meter diepe schacht. Van op een brug kijk je er recht in. Duizelingwekkend!
Een korte tour, helm verplicht, brengt ons tot in de bovenste niveaus van de opgravingen, langs soms zeer smalle, ijskoude gangen en indrukwekkende zalen. Hier en daar staan kleine bordjes waarop een getekende holbewoner uitleg geeft over de geschiedenis en werkwijze van onze voorouders. Er is ook een oude archeoloog aanwezig, die van in het begin bij het project betrokken was.
Er hangt echter iets droevig over de hele site. Komt het door de dreiging van een tekort aan fondsen voor verder onderzoek, of het feit dat er bijna geen bezoekers waren? De oude kopermijn is in ieder geval een aanrader voor kinderen en iedereen die ook maar enige interesse heeft in (ondergrondse) archeologie en zelfs speleologie.

 
En zo zit ons verblijf in Snowdonia er bijna op. De laatste dag wordt gevuld met shoppen – enkele broodnodige zaken en vooral veel minder broodnodige zaken – een laatste portie fish & chips mét malt vinegar (en zonder geplette erwten) en een bezoek aan de plaatselijke pub voor een gepast afscheidsdiner.
Snowdonia lijkt misschien niet de meest voor de hand liggende vakantiebestemming. Hoewel je er hier en daar palmbomen vindt, is het geen Zuid-Frankrijk. Regen is eerder regel dan uitzondering. Maar geen groen zonder een bui, dus als dat de prijs is voor dit unieke landschap van steile pieken, gifgroene valleien en zoveel cultureel erfgoed, heb ik het er graag voor over.
En als de weergoden je dan toch gunstig gezind zijn, sta je des te meer te popelen om de streek verder te ontdekken.

Praktisch

  • Conwy, Llandudno en Snowdonia National Park liggen in het noorden van Wales. Er zijn vanuit Brussel, Charleroi en Amsterdam vluchten naar Manchester. Van daaruit is het nog zo’n 2 uur rijden. Uiteraard is het ook mogelijk om met de eigen auto de streek te verkennen. Afstand Dover-Llandudno: om en bij de 540 km.
  • Groot-Brittannië staat bekend om haar grillig klimaat, dus voorzie kledij in laagjes en een regenjas. Wij hebben enkele dagen geweldig mooi weer gehad, dus soms kan je ook erg veel geluk hebben.
  • Wij verbleven bij vrienden in een privé cottage in de buurt van Conwy, een prima uitvalsbasis om de streek te verkennen. Op Booking vind je tal van verblijfsmogelijkheden.

Overnachting met korting!



Booking.com

Goedkope huurwagen

Liever in groep op reis?

Djoser organiseert een wandelreizen in Snowdonia.

Vind het goedkoopste vliegticket op MoMondo.be

Wales bij Bol.com


Koop je via bovenstaande links, dan krijg ik op het bedrag een kleine commissie. Dit heeft geen enkele invloed op de prijs voor jou als koper, maar steunt mij wat bij het onderhoud van de site :-). Dank je wel!

Snowdonia prachtig in beeld

Deel: